Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

Ambitie en vernieuwing in Rwanda

Gerard en Auli van 't Spijker zijn nu vier weken in Rwanda, waar zij theologielessen geven. Wat valt hen het meeste op? Wat is er veranderd sinds zij hier jaren geleden ook les gaven? Allereerst de vernieuwing, aandacht voor scholing op alle niveau's en het planmatig denken.

40.000 bromfietstaxi's moeten elektrisch worden

Overal in het land wordt het goed geregelde openbaar vervoer aangevuld door duizenden bromfietstaxi’s, die gehelmde passagiers vervoeren. In de hoofdstad zijn er zo naar schatting wel 40.000 van. Het plan is om die binnen een paar jaar allemaal van een elektrische motor te voorzien. Zo werken ze hier aan het milieu. Er worden drones ingeschakeld om ziekenhuizen op het platteland van bloedplasma te voorzien. Maar niet iedereen kan meekomen. De snelle omschakeling, van zo’n twintig jaar geleden, van Frans naar Engels in het openbare even, en op de scholen en universiteiten, maakt het voor een hele generatie van studenten moeilijk om mee te komen. We hebben dat in de laatste weken in Karongi gemerkt.

Predikanten moeten Engels leren

We gaven les aan een groep van 13 predikanten die binnen twee jaar een universitaire graad moeten halen. Dat is nodig, willen ze aan de door de staat gestelde voorwaarden voldoen om leiding te mogen geven aan een kerkelijke gemeente. In hun vroegere vooropleiding hebben ze maar gebrekkig Engels geleerd. Nu moeten ze naast hun bijna fulltime predikant zijn, ook nog een studie in het Engels volgen. Maar de helft van de groep verstaat de taal nauwelijks. De boeken die ze zouden moeten lezen, zijn door de taal niet echt toegankelijk. Ga je dan als docent toch maar van het verplichte Engels over op het Frans, dan is dat voor andere, jongere studenten weer een
belemmering. We hebben veel respect voor deze mannen en vrouwen die desondanks toch maar doorzetten.

Een privéschool opgericht door de protestantse zustergemeenschap

De dag nadat we ons onderwijs in Karongi afsloten, maakten we de feestelijke opening mee van de privéschool die de protestantse zustergemeenschap Abaja na Jesu heeft gesticht. Het zijn de Rwandese Diaconessen die destijds uit de Diaconessengemeenschap van Amerongen zijn voortgekomen. De gemeenschap telt nu zo’n 46 zusters, waarvan er 42 in Rubengera wonen. Ze hebben een leidende rol in allerlei activiteiten van de kerkelijke gemeente. Ze hebben leidinggevende posities in het ziekenhuis; ze zijn een paar jaar terug een hoogwaardige technische vakopleiding gestart; leiden een uitgebreid landbouwproject in de omgeving, en verzorgen al jarenlang een goede kindercrèche.

Opening van de nieuwe school

Op verzoek van de ouders hebben ze naast een lagere school, ook een kleuterschool gesticht voor kinderen vanaf 2½ jaar. De hele school telt nu al 240 leerlingen. Zo hebben ook kinderen uit de armste gezinnen toegang tot hooggekwalificeerd onderwijs. Veel beter dan het onderwijs op de staatsscholen, met zijn volle klassen, slecht materiaal en soms ontmoedigde leerkrachten. In een paar maanden tijd is ten dienste van die school een nieuw schoolgebouw neergezet met wel liefst drie verdiepingen. Dat gebouw werd afgelopen zaterdag geopend, en wij waren ook uitgenodigd op dat feest, naast vertegenwoordigers van de Presbyteriaanse Kerk, van de plaatselijke overheid, de ouders en de kinderen. Een feest met gebeden, toespraken, zangkoren, dansers en tamboers. Overal in het land zijn de laatste tijd dergelijke privé scholen opgericht. Eigenlijk eliteschollen. Er zijn best vragen te stellen bij deze ontwikkeling. Maar de overheid steunt deze initiatieven. Het zal zeker bijdragen aan de vernieuwing, die in Rwanda zo hoog in het vaandel heeft.

Over dit project

In het kleine dichtbevolkte Afrikaanse land Rwanda leeft zeventig procent van de inwoners van de landbouw. Omdat er te weinig grond beschikbaar is voor alle inwoners, leeft veertig procent onder de armoedegrens. Met de genocide van 1994 nog vers in het geheugen, is er nog veel onderling wantrouwen tussen inwoners. Rwandese diaconessen ondersteunen de armste boeren en boerinnen in hun regio: de zusters trainen ieder jaar 150 boeren en boerinnen. Daardoor kunnen ze hun gezin voeden en verdienen ze voldoende geld om hun kinderen naar school te laten gaan.

Andere verhalen

Uit dit project