Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

“En nu sta ik, als orang Belanda, in het postkantoor van Yogyakarta koffiebonen naar Nederland te versturen”

Postkoloniale verlegenheid

In een eerdere blog heb ik het al eens genoemd: het ongemak dat je als Nederlander in Indonesië af en toe kan ervaren. Dit gevoel dringt zich vooral op als je de kansenongelijkheid en het verschil in welvaart ziet en tijdens gesprekken over de geschiedenis van beide landen en over het kolonialisme. Maar om eerlijk te zijn merk ik die verlegenheid soms ook tijdens alledaagse bezigheden.

Koffie naar Nederland

Enkele weken geleden had ik het idee om een stukje Indonesië te delen met een Nederlandse vriend die lange tijd in Jakarta heeft gewoond. Aangezien koffie een lokaal product is dat door veel Indonesiërs gedronken wordt besloot ik koffie naar Nederland te verzenden. Eenmaal bij het postkantoor aangekomen werd ik me bewust van de geschiedenis van koffie in Indonesië. Allereerst het feit dat koffiebonnen door Nederlanders vanuit Jemen naar Indonesië geïmporteerd worden. Maar ook dat koffieplantages in de koloniale tijd grotendeels produceerden voor de Nederlandse handel waardoor de lokale voedselproductie in het gedring kwam en ernstige voedselschaarste was in grote delen van Indonesië. En nu sta ik, als orang Belanda, in het postkantoor van Yogyakarta koffiebonen naar Nederland te versturen. De ervaring van postkoloniale verlegenheid werd echter nog sterker gemaakt door het feit dat het postkantoor een koloniaal gebouw is. Dat is ondermeer nog te zien aan de glas-in-lood ramen.

Postkantoor Yogyakarta

Enkele dagen later waren Saskia en ik in een antiekwinkel in het toeristische deel van Yogyakarta. Vanzelfsprekend was ook daar van alles te vinden dat de koloniale geschiedenis van Nederland in Indonesië verbeeldt. Gezien mijn eerdere ervaring met koffiebonnen viel dit plakkaat van Douwe Egberts tussen de wayang poppen mij nog wel het meest op.

DE plakkaat

 

Een opafiets in Yogyakarta  

Een ander moment waarin het ongemak over de Nederlandse geschiedenis in Indonesië zich opdrong was een week later, toen Saskia en ik fietsen kochten. Aangezien we gewend zijn rechtop te zitten op de fiets neigden we al snel naar een fiets met Nederlandse stijl, een zogenaamde "opafiets". De fietsen waren allerminst nieuw en hadden misschien zelfs wel in de antiekwinkel kunnen staan en deden me weer beseffen hoe vreemd het is dat zo’n Nederlands product aan deze kant van de wereld te vinden is.

Hollandse fiets in Yogya

Nog meer indruk maakte ons gesprekje met een fietsverkoper, een man van 78 jaar oud met de naam Alfons. Zonder omslachtigheid verwees hij naar de pijnlijke geschiedenis van Nederland in Indonesië. Zijn vader had nog vloeiend Nederlands gesproken, zo vertelde hij, en zelfs een beetje Japans. Naast dat dit gesprek een gevoel van ongemak gaf, maakte Alfons ook duidelijk dat de relatie ondertussen veranderd is. Hij waardeert dat Koning Willem Alexander in maart van dit jaar nog officieel excuses heeft aangeboden aan Indonesië. “Bovendien”, zo zei hij “veel Nederlanders komen nu juist naar Indonesië om te leren, over de cultuur en geschiedenis”. Dat vindt hij een betere benadering. Daar konden wij het alleen maar mee eens zijn.