Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

“Negen van de tien vluchtelingen in het land leven in extreme armoede.”

"Ik was een vreemdeling"

Vorige week kwam een mailtje binnen: kunnen jullie helpen bij de tijdelijke opvang van een moeder en dochter uit Syrië? In mijn gedachten begonnen allerlei radertjes te draaien. Waar kan het gezin verblijven? Hoe regelen we transport? Wie zorgt voor eten tijdens hun verblijf?

Vastgelopen

Deze moeder en dochter mogen doorreizen naar Nederland. De vader is daar al. Ze maken gebruik van het gezinsherenigingsprogramma. De kerk helpt dit gezin op allerlei praktische manieren op hun weg van Syrië via Libanon naar Nederland.

De meeste vluchtelingen hier hebben minder geluk. Teruggaan naar Syrië is geen aanlokkelijke optie. Maar ook in gastland Libanon is de situatie inmiddels wanhopig. Negen van de tien vluchtelingen in het land leven in extreme armoede, zo meldde Unicef onlangs. De helft van hen heeft te maken met voedseltekort.

Bezoek en vis…

Libanon is de vluchtelingen liever kwijt dan rijk. Zelfs de Maronitische Patriarch, de hoogste christelijke geestelijke, zei afgelopen zaterdag dat het tijd is dat de Syrische vluchtelingen terugkeren. In een adem voegde hij daar aan toe dat hij vindt dat Palestijnse vluchtelingen, die hier al decennia wonen, de Libanese nationaliteit niet mogen ontvangen.

Dat klinkt bepaald niet gastvrij. Maar een kleine allegorie zet deze opmerking in perspectief. Het gezin Libanon nam jaren geleden een thuisloze neef op (de Palestijnse vluchtelingen). Daardoor kwam het gezin terecht in een intern conflict (burgeroorlog). Enkele jaren geleden klopte een nicht aan die thuis niet meer veilig was (de Syrische vluchtelingen). Daarna raakten vader en moeder hun baan kwijt (economische crisis). Vader vergokte het spaargeld (politieke corruptie). Tot overmaat van ramp ontplofte de keuken (ramp augustus 2020) en werd het halve gezin ziek (coronavirus). Het huis verkeert in een staat van verval, er is onvoldoende eten, en de kinderen maken voortdurend ruzie. Geen wonder dat moeder (de kerk) nu denkt dat er enigszins orde op zaken gesteld kan worden als die lastige nicht maar vertrekt.

“Jullie namen mij op”

Gelukkig zijn er ook andere stemmen en, wat nog belangrijker is, helpende handen. Er zijn nog steeds grote hulporganisaties actief in het land. Het Wereldvoedselprogramma verstrekte in 2020 maandelijkse steun aan maar liefst 800.000 vluchtelingen. Op kleinere schaal bieden talloze organisaties maatschappelijk werk, medische zorg, en onderwijsinitiatieven. De kerken dragen, de woorden van de Patriarch niettegenstaande, hun steentje bij. Als Protestantse Kerk in Nederland ondersteunen wij hen, via Kerk in Actie.

‘Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op.’ (Mattheüs 25:35, NBV) Het Griekse werkwoord kun je ook vertalen als ‘verzamelen’, ‘bij elkaar brengen’. Hier komen we de woorden synagoge en synaxis, zoals de eredienst in de oosterse kerk wordt genoemd, vandaan. Je voegt bij elkaar wat eerst vreemd voor elkaar was en niet bij elkaar paste. Als dat gebeurt, dan is de vreemdeling geen vreemdeling meer.

Over dit project

Miljoenen Syriërs zijn hun land ontvlucht en onder meer terecht gekomen in de buurlanden Libanon, Jordanië en Irak. Vluchtelingen leven daar in extreme armoede en proberen zo goed en zo kwaad als dat kan een nieuw bestaan op te bouwen. Vaak is dat lastig, omdat zij geen werk kunnen vinden. Daarom ondersteunt Kerk in Actie Syrische vluchtelingen en arme lokale families met een opleiding in sectoren waar veel vraag is naar personeel, of met het opzetten van een eigen bedrijf.

Andere verhalen

Uit dit project