Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl
Recife 2010: 'Mijn huid is te zwart'
Blog

Recife 2010: 'Mijn huid is te zwart'

" Mijn huid is te zwart"Zittend op een bankje drinken we cocoswater en bekijken de gehaaste mensen die langskomen, het drukke verkeer. Het is snikheet en we weten dat deze drank het makkelijker zal maken om de dorst te lessen. Een kleine, zwarte jongen, ongeveer 6-7 jaar naar we inschatten, enkel gekleed met een korte broek met gaten en zonder schoeisel, loopt langs en bedelt om 2 real (0.80 eurocent). Hij kijkt ons aan met gelige ogen, rillend. We nodigen hem uit met ons mee cocoswater te drinken. Gretig neemt hij het aan. Hij blijft trillen. Hij blijkt het koud te hebben bij een temperatuur van ongeveer 30 graden. In twee dagen niet gegeten vertelt hij. Zijn moeder had niets meer. Hoe het komt dat hij zomaar in het midden van de dag rondloopt , gaat hij dan niet naar school? Hij geeft ons een kort verslag: ze hebben hem op school macaco (aap) genoemd en zijn moeder puta (hoer). Toen heeft hij het speelgoed van een meisje gepakt en kapot gegooid. En toen is hij de school uitgestuurd. Einde ‘opleiding’, wat hij spijtig vindt, zegt hij. Hij wou graag terug maar werd niet meer toegelaten en dus leeft hij nu van degenen die hem helpen aan wat eten te komen. De man van de cocoskraam bevestigt zijn verhaal en zegt hem dagelijks te zien, zoekend naar wat eten voor hemzelf en zijn moeder. Hij denkt ook dat hij niet aan de lijm verslaafd is, zoals sommige anderen op de straat, want dan zien ze er anders uit verzekert hij ons. We gaan samen met de jongen wat fruit halen en een broodje. Zijn moeder is echt geen puta verzekert hij. We zeggen hem ook dat we niet zien waarom ze hem macaco noemden. ‘Mijn huid is te zwart’, zegt hij. Tussen al de gekleurde mensen in Recife behoort hij tot een van de zwartste. Zo gaat dat nu eenmaal. In Brazilië bestaan in de Portugese taal meer dan 35 woorden om de verschillende tinten van gekleurde huid te benoemen, en ja dan behoort hij wel tot de drie laatste, meest donkere woorden.Het strandOp zondag ga ik ’s middags even tot aan het strand. Bij de praia Boa Viagem, waar vlakbij een van de rivieren in de zee stroomt, is het onnoemelijk druk . Zwart van de mensen en van de zwartgekleurde huiden, puur natuur, geen gevolg van zon maar van generaties aangevoerde slaven. Evenwijdig aan de vloedlijn lopen de recifes: natuurlijke rots- koraalachtige langgerekte dammen, met hier en daar een opening naar de volle zee. Recife dankt zijn naam aan deze gesteenten die bij vloed door het water worden overstroomd. Jonge kinderen staan met honderden op de dammen en duiken aan beide kanten in de zee. Het meest noordelijke punt van het Boa Viagem-strand, vlak bij de dam waar een van de rivieren van de stad de zee instroomt, is bekend als het armste stuk van het vele kilometerslange strand van Recife. De laatste 15 jaar hebben 46 aanvallen door haaien er 16 doden tot gevolg gehad. Slachthuizen gooiden hun slachtafval en bloed van runderen in het water van de rivier, wat vervolgens de haaien heeft aangetrokken. Er komt nu een verbod vanuit de stad om dat nog langer te doen. Op deze plek van het strand ligt het vol rommel: plastic, stenen, glas, touwen en het ruikt er niet zo aantrekkelijk. Maar de wind maakt veel goed. Er wordt volop gezwommen en gedoken in de kleine lagunes rond de recifes. Groepjes mensen zitten met kleine keteltjes met eten de middag door te komen, er wordt veel gelachen en gespeeld. Een paar mannen leiden een drietal paarden. Twee van de paarden hebben duidelijk wonden aan de poten. Terwijl er ook anderen in het water zwemmen, beginnen ze de paarden in het water een wasbeurt te geven. De paarden blijken ervan te genieten en schromen niet om ondertussen hun behoefte te doen in deze plassen: tussen de spelende kinderen door. Niemand schijnt er zich aan te storen. Een paard trekt een kleine houten kar van ongeveer twee meter, met daarin CD’s en een onmogelijk lawaaiige soundblaster. De eigenaar roept heel hard, maar niemand voelt zich aangesproken om iets te kopen. De zon en het water maken loom. Ik loop een kleine 500 meter zuidwaarts langs het strand. Stilaan worden de huiden van de mensen iets lichter: we doorlopen zo ongeveer de 35 Portugese woorden en het uitzicht op de dijk aan het strand verandert: prachtige gebouwen worden er gebouwd, er zijn veiligheidsagenten rondom en iets verderop is een mooie skyline waar geen van onze Nederlandse steden aan kan tippen. Het strand kent zijn verschillen in rassen en standen. Mooie auto’s flitsen langs en luxe geklede mannen en vrouwen flaneren over de dijk. Het rijkere deel van Boa Viagem, waar geen vuile rivier en paardendrollen in het water stromen en waar rotzooi op het strand taboe is. (Lieve Troch)

Recife 2010: Daklozen en carnavalsvierders
Blog

Recife 2010: Daklozen en carnavalsvierders

In een taxi rijden we langs een langwerpig gebouw van ongeveer zeven verdiepingen hoog. Het lijkt kort geleden van binnenuit uitgebrand te zijn en er is geen glas meer te bespeuren in de vele ramen. De chauffeur vertelt dat twee dagen eerder een groep van een paar honderd daklozen het gebouw zijn binnengetrokken. Wat de politie ook probeerde te ondernemen, de nieuwe bewoners hielden stand. De politie heeft het voorlopig opgegeven en het is nu een gaan en komen van mensen die hun woning aan het inrichten zijn: wat schamele kapotte stoelen aan de rand van de straat en veel armoedig geklede mannen en moeders met kinderen, sleurend met plastic zakken, lopen in en uit. We worden door de taxichauffeur bijgepraat: dit gebouw wordt al een paar jaar gebruikt door de rijkeren van de stad die vanuit de ramen zonder glas in de maanden voor carnaval de eerste optochten bekijken. De taxichauffeur ziet het niet zo zitten met de invasie: hij rijdt zelf rond in een uitgewoonde taxi, waar hier en daar zelfs een paar rubbertjes de ramen bij elkaar houden. Hij vertelt dat hij niet rondkomt met zijn ritjes voor het onderhoud van vrouw en kinderen. Een verhaal dat we gemakkelijk geloven als we zijn auto vergelijken met de andere taxi’s. Niet iedereen zal bij hem instappen, zoals wij in al onze onschuld deden. Of hij zich dan niet in kan denken dat sommigen geen dak boven hun hoofd hebben en via deze invasie even wat uitzicht hebben in hun bestaan , vragen we. Hij gromt wat en zegt dat alles de schuld van Lula is die met het minimumloon en zijn “fome zero”-programma (regeringsprogramma waardoor ieder in Brazilië dagelijks van minimaal een maaltijd per dag is verzekerd) het leven voor sommigen te gemakkelijk maakt. Het doet pijn om zijn perspectief te horen. Waarom laten mensen aan de onderkant zich zo gemakkelijk tegen elkaar uitspelen door rechtse partijen? Hopen ze zo zelf verder te komen en binnenkort in een betere taxi rond te rijden en neer te kunnen kijken op hen die eigenlijk economisch verwant zijn en ongeveer even arm? We praten tijdens de rit nog wat door over economie en politiek en bij het einde van de rit doet hij ons zowat geloven dat hij het met ons eens is in onze analyse en oproep om toch de daklozen eerder hun onderkomen te gunnen dan de carnavalsvierders. We weten niet wat we moeten denken, misschien ligt het aan de fooi die we hem geven. (Lieve Troch)