Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl
Stilte na de storm
Blog

Stilte na de storm

Terwijl we donderdagmorgen rustig zaten te vergaderen kwam een collega plotseling binnenvallen met de mededeling dat we de kinderen van scholen moesten gaan halen vanwege een dreigende staatsgreep. We dachten aanvankelijk aan een grap en het klonk ons zo onwerkelijk in de oren dat we onze vergadering gewoon voortzetten. Maar toen we navraag deden bij een andere collega zei hij dat hij bij de vorige staatsgreep ook zijn kinderen van school had gehaald. Welkom in Ecuador werd er nog bij gezegd, land van de staatsgrepen. Helaas is Ecuador in politiek opzicht een bijzonder instabiel land. Een president heeft hier een gemiddelde houdbaarheid van twee jaar en wordt dan door volk of leger afgezet. Die tijd leek nu ook voor de huidige president Rafael Correa aangebroken. Eenmaal op weg naar school dachten we nog steeds aan een storm in een glas water, alles leek redelijk normaal en we dachten dat de school ons wel weer zou wegsturen met de mededeling dat de kinderen nog gewoon twee uurtjes les hadden. Maar eenmaal bij school zagen we meer ouders en werden we in een opgewonden stemming onthaald. De kinderen waren inmiddels door de juffen en meesters op de hoogte gesteld van wat er aan de hand was. Politie en leger waren in opstand tegen de regering. Langzaam werd ons ook wat meer duidelijk dat het gevaarlijk werd. Winkelcentra waren in allerijl gesloten vanwege roofovervallen. Zelfs schoolkinderen werden beroofd van mobieltjes en andere spullen. Een leger plunderaars trok er op uit nu de politie in opstand was en dus geen toezicht meer hield. Ook werden wegen en knooppunten afgesloten. In de klas van Levien waren kinderen in paniek omdat ze bang waren niet meer terug naar huis te kunnen. Wij zijn snel naar huis gegaan en probeerden ons via radio en internet op de hoogte te houden van de gebeurtenissen. De rest van de dag verliep roerig en onzeker. De president was gewond geraakt toen hij opstandige politieagenten ging toespreken, waarna hij naar een ziekenhuis was vervoerd. Het ziekenhuis werd vervolgens omsingeld door protesterende politieagenten die behoorlijk wat geweld gebruikte. Wij begonnen ons af te vragen waarom het leger niet ingreep. Het kon bijna niet anders dan dat zij ook meededen in de opstand. Achteraf bleek ook dat er binnen het leger grote verdeelheid bestond en sommige de opstandige politieagenten steunden. Pas aan het begin van de avond kondigde de opperbevelhebber van het leger aan dat het leger de regering steunde. Dat was een opluchting, maar nog steeds werd er niet ingegrepen en zat de president vast in het ziekenhuis (hij meende zelf dat hij gegijzeld was, maar dat wordt door het ziekenhuispersoneel weer ontkend). Vervolgens werd de nationale televisiezender die als enige alles uitzond overvallen en ingenomen door betogers, onder hen de advocaat van ex-president Lucio Guttierez, waardoor het toch wel degelijk een staatsgreep leek. Rond negenen begon het leger alsnog aan een bevrijdingsactie van de president. Dit werd een nogal heftig vuurgevecht tussen leger en opstandige politieagenten. De beelden op televisie zagen er chaotisch en heftig uit. Uiteindelijk werd rond een uur of tien de president bevrijdt, waarna hij het volk op het centrale plein van Quito vurig toesprak. De volgende dag is het onwerkelijk stil. We blijven thuis en weten niet goed wat te doen. Uiteindelijk besluiten we toch boodschappen te gaan doen en lijkt alles weer redelijk normaal, maar iedereen is behoorlijk aangeslagen. Als we vrienden spreken is iedereen ontdaan. Wat heeft het te betekenen, hoe zal het verder gaan? Waar iedereen het in elk geval over eens is dat deze dag een triest dieptepunt is en dat het Ecuador alleen maar heel veel schade heeft gedaan. Zowel voor de verstandhoudingen binnen het land als voor het beeld van Ecuador in het buitenland. De trieste tol is vijf doden, veel gewonden en een gevoel dat de democratie een wankel evenwicht is.   Onze zoon Levien maakte vrijdag deze tekening. Hij heeft er bijgeschreven: beste president: geef de soldaten hun geld anders worden ze heel boos. Op de tekening zijn soldaten aan het roepen en naast hen zijn brandende autobanden. Het gebouw naast hen is het ziekenhuis waar de president boven voor het raam staat.

Recife 2010: Don Helder Câmara
Blog

Recife 2010: Don Helder Câmara

Don Hélder CâmaraMet Ivone Gebara loop ik later nog even langs de kerk waar Don Helder Câmara (bekende bisschop) jaren de sacristie tot zijn woning omvormde. Normaal hoorde hij thuis in het vele kilometers verder gelegen idyllische plaatsje Olinda waar de katedraal staat en waar hij uiteindelijk ook in een kleine kapel begraven is. Maar zijn woning had hij liever in de binnenstad van Recife, in de sacristie van een kleinere kerk in de wijk Boa Vista. Drie kleine in elkaar overlopende ruimtes, bij elkaar een 30 vierkante meters. Zijn hangmat hangt er nog, zijn boeken staan er wat bij elkaar in een kleine kast, zijn bed met sprei eroverheen en een tafeltje waar hij schreef en mensen ontving. Gebara is er niet meer geweest sedert zijn dood. Jarenlang werkte ze met hem samen, maar er was steeds te veel pijn om er terug te keren: pijn om de herinneringen, het leven dat voorbij ging, de verguizing van allen die met hem samenwerkten , de starheid en onverschilligheid van de huidige hiërarchie voor de dagelijkse realiteit. Met grote abraços (omhelzingen) begroet ons plotseling de zuster die trouw bij de kerk waakt en er een deel van het werk van Câmara voortzet. Vierentwintig jaar heeft ze trouw dag in dag uit, tot de laatste adem, Don Helder geholpen en verzorgd. Bij zijn begrafenis dwong de clerus haar achter aan te gaan staan. Ze leidden Câmara het hemelse paradijs in en weg uit de aardse herinnering. Met een paar getrouwen hebben ze deze plek in ere gehouden. Ze is blij te horen dat er in Nederland nog regelmatig aan hem wordt gedacht, en dat er in Amsterdam een leerstoel naar hem is vernoemd. Ze toont ons een paar brieven, alledaagse berichtjes, door Câmara aan haar geschreven, over boodschappen die moesten worden gedaan, wat zijn plannen waren voor de week en dergelijke. Voor Ivone Gebara zijn de emoties zwaar: de gekwetstheid over de jaren heen. Het graf van Don  Hélder is in  Olinda, een prachtig kleurrijk plaatsje aan de rand van Recife hoog op de berg. In de kathedraal ligt een eenvoudige grote zwarte steen, enkel de naam en twee data. Er staan steeds eenvoudige verse bloemen.Het kerkinstituut moet haar deuren, sluiten zegt Isabel die met ons is: er is te veel ongeloofwaardigheid gegroeid, teveel misbruik, te weinig mededogen. De hypocrisie kan niet doorgaan op deze manier, de armen worden verdacht gemaakt, de PT (politieke partij van Lula en Dilma) verguisd. Ook in Recife stemmen de armen met hun voeten: de Pentecostaalse kerken en gebouwtjes zien zwart van de zwarte mensen, de traditionele kerken zijn bezienswaardigheden geworden. In de straten van Recife rond de vroegere woonplaats van  Câmara lopen we over diepe scheuren in het asfalt, voetpaden die op sommige plaatsen ongeveer 40 cm boven de straatweg uitsteken en waar je struikelt over de klinkers en oneffenheden, kapotte huizen en ramen, desolaat. Bij het opstijgen van het vliegtuig op weg naar São Paulo kijk ik uit op de prachtige hoogbouw, de architecten hebben er langs de zuidelijke kustlijn van de stad een mooi designplaatje van gemaakt. (Lieve Troch)

Recife 2010: 'Mijn huid is te zwart'
Blog

Recife 2010: 'Mijn huid is te zwart'

" Mijn huid is te zwart"Zittend op een bankje drinken we cocoswater en bekijken de gehaaste mensen die langskomen, het drukke verkeer. Het is snikheet en we weten dat deze drank het makkelijker zal maken om de dorst te lessen. Een kleine, zwarte jongen, ongeveer 6-7 jaar naar we inschatten, enkel gekleed met een korte broek met gaten en zonder schoeisel, loopt langs en bedelt om 2 real (0.80 eurocent). Hij kijkt ons aan met gelige ogen, rillend. We nodigen hem uit met ons mee cocoswater te drinken. Gretig neemt hij het aan. Hij blijft trillen. Hij blijkt het koud te hebben bij een temperatuur van ongeveer 30 graden. In twee dagen niet gegeten vertelt hij. Zijn moeder had niets meer. Hoe het komt dat hij zomaar in het midden van de dag rondloopt , gaat hij dan niet naar school? Hij geeft ons een kort verslag: ze hebben hem op school macaco (aap) genoemd en zijn moeder puta (hoer). Toen heeft hij het speelgoed van een meisje gepakt en kapot gegooid. En toen is hij de school uitgestuurd. Einde ‘opleiding’, wat hij spijtig vindt, zegt hij. Hij wou graag terug maar werd niet meer toegelaten en dus leeft hij nu van degenen die hem helpen aan wat eten te komen. De man van de cocoskraam bevestigt zijn verhaal en zegt hem dagelijks te zien, zoekend naar wat eten voor hemzelf en zijn moeder. Hij denkt ook dat hij niet aan de lijm verslaafd is, zoals sommige anderen op de straat, want dan zien ze er anders uit verzekert hij ons. We gaan samen met de jongen wat fruit halen en een broodje. Zijn moeder is echt geen puta verzekert hij. We zeggen hem ook dat we niet zien waarom ze hem macaco noemden. ‘Mijn huid is te zwart’, zegt hij. Tussen al de gekleurde mensen in Recife behoort hij tot een van de zwartste. Zo gaat dat nu eenmaal. In Brazilië bestaan in de Portugese taal meer dan 35 woorden om de verschillende tinten van gekleurde huid te benoemen, en ja dan behoort hij wel tot de drie laatste, meest donkere woorden.Het strandOp zondag ga ik ’s middags even tot aan het strand. Bij de praia Boa Viagem, waar vlakbij een van de rivieren in de zee stroomt, is het onnoemelijk druk . Zwart van de mensen en van de zwartgekleurde huiden, puur natuur, geen gevolg van zon maar van generaties aangevoerde slaven. Evenwijdig aan de vloedlijn lopen de recifes: natuurlijke rots- koraalachtige langgerekte dammen, met hier en daar een opening naar de volle zee. Recife dankt zijn naam aan deze gesteenten die bij vloed door het water worden overstroomd. Jonge kinderen staan met honderden op de dammen en duiken aan beide kanten in de zee. Het meest noordelijke punt van het Boa Viagem-strand, vlak bij de dam waar een van de rivieren van de stad de zee instroomt, is bekend als het armste stuk van het vele kilometerslange strand van Recife. De laatste 15 jaar hebben 46 aanvallen door haaien er 16 doden tot gevolg gehad. Slachthuizen gooiden hun slachtafval en bloed van runderen in het water van de rivier, wat vervolgens de haaien heeft aangetrokken. Er komt nu een verbod vanuit de stad om dat nog langer te doen. Op deze plek van het strand ligt het vol rommel: plastic, stenen, glas, touwen en het ruikt er niet zo aantrekkelijk. Maar de wind maakt veel goed. Er wordt volop gezwommen en gedoken in de kleine lagunes rond de recifes. Groepjes mensen zitten met kleine keteltjes met eten de middag door te komen, er wordt veel gelachen en gespeeld. Een paar mannen leiden een drietal paarden. Twee van de paarden hebben duidelijk wonden aan de poten. Terwijl er ook anderen in het water zwemmen, beginnen ze de paarden in het water een wasbeurt te geven. De paarden blijken ervan te genieten en schromen niet om ondertussen hun behoefte te doen in deze plassen: tussen de spelende kinderen door. Niemand schijnt er zich aan te storen. Een paard trekt een kleine houten kar van ongeveer twee meter, met daarin CD’s en een onmogelijk lawaaiige soundblaster. De eigenaar roept heel hard, maar niemand voelt zich aangesproken om iets te kopen. De zon en het water maken loom. Ik loop een kleine 500 meter zuidwaarts langs het strand. Stilaan worden de huiden van de mensen iets lichter: we doorlopen zo ongeveer de 35 Portugese woorden en het uitzicht op de dijk aan het strand verandert: prachtige gebouwen worden er gebouwd, er zijn veiligheidsagenten rondom en iets verderop is een mooie skyline waar geen van onze Nederlandse steden aan kan tippen. Het strand kent zijn verschillen in rassen en standen. Mooie auto’s flitsen langs en luxe geklede mannen en vrouwen flaneren over de dijk. Het rijkere deel van Boa Viagem, waar geen vuile rivier en paardendrollen in het water stromen en waar rotzooi op het strand taboe is. (Lieve Troch)

Recife 2010: Daklozen en carnavalsvierders
Blog

Recife 2010: Daklozen en carnavalsvierders

In een taxi rijden we langs een langwerpig gebouw van ongeveer zeven verdiepingen hoog. Het lijkt kort geleden van binnenuit uitgebrand te zijn en er is geen glas meer te bespeuren in de vele ramen. De chauffeur vertelt dat twee dagen eerder een groep van een paar honderd daklozen het gebouw zijn binnengetrokken. Wat de politie ook probeerde te ondernemen, de nieuwe bewoners hielden stand. De politie heeft het voorlopig opgegeven en het is nu een gaan en komen van mensen die hun woning aan het inrichten zijn: wat schamele kapotte stoelen aan de rand van de straat en veel armoedig geklede mannen en moeders met kinderen, sleurend met plastic zakken, lopen in en uit. We worden door de taxichauffeur bijgepraat: dit gebouw wordt al een paar jaar gebruikt door de rijkeren van de stad die vanuit de ramen zonder glas in de maanden voor carnaval de eerste optochten bekijken. De taxichauffeur ziet het niet zo zitten met de invasie: hij rijdt zelf rond in een uitgewoonde taxi, waar hier en daar zelfs een paar rubbertjes de ramen bij elkaar houden. Hij vertelt dat hij niet rondkomt met zijn ritjes voor het onderhoud van vrouw en kinderen. Een verhaal dat we gemakkelijk geloven als we zijn auto vergelijken met de andere taxi’s. Niet iedereen zal bij hem instappen, zoals wij in al onze onschuld deden. Of hij zich dan niet in kan denken dat sommigen geen dak boven hun hoofd hebben en via deze invasie even wat uitzicht hebben in hun bestaan , vragen we. Hij gromt wat en zegt dat alles de schuld van Lula is die met het minimumloon en zijn “fome zero”-programma (regeringsprogramma waardoor ieder in Brazilië dagelijks van minimaal een maaltijd per dag is verzekerd) het leven voor sommigen te gemakkelijk maakt. Het doet pijn om zijn perspectief te horen. Waarom laten mensen aan de onderkant zich zo gemakkelijk tegen elkaar uitspelen door rechtse partijen? Hopen ze zo zelf verder te komen en binnenkort in een betere taxi rond te rijden en neer te kunnen kijken op hen die eigenlijk economisch verwant zijn en ongeveer even arm? We praten tijdens de rit nog wat door over economie en politiek en bij het einde van de rit doet hij ons zowat geloven dat hij het met ons eens is in onze analyse en oproep om toch de daklozen eerder hun onderkomen te gunnen dan de carnavalsvierders. We weten niet wat we moeten denken, misschien ligt het aan de fooi die we hem geven. (Lieve Troch)