Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

“Wie heeft nou wie bemoedigd?”

Bemoedigen

‘Na de dienst gaan we meneer Forest bezoeken’, vertelt de evangelist voor de dienst, ‘hij heeft de grond gegeven waar onze kerk op staat en hij is ernstig ziek. We willen hem graag bedanken.’ Dan kijkend in mijn richting: ‘U gaat ook mee, toch?’

Boerderij

‘Ja, ik ga mee’, zeg ik, ‘ik ken hem al twintig jaar en ik weet dat hij al langere tijd ziek is’. De kerkenraadsleden kijken me verbaasd aan: ‘U woont 70 kilometer verderop in Lusaka en u kent hem?’ ‘Ja, toen we in Congo woonden, kwamen we soms in Zambia en dan gingen we ook altijd naar de camping en boerderij van meneer Forest’. ‘Bijzonder dat u hem kent’ zegt een ouderling. ‘Sommige gemeenteleden werken op zijn bedrijf, zoals Martha. Zij gaat straks ook mee.’

Omhelzing

Na de dienst vertrekken we, drie ouderlingen, Martha en ik. Anders dan gebruikelijk gaat Martha voorop als we het huis naderen. Ze klopt op de deur. Even later doet de vrouw des huizes vrolijk open en omhelzen de bruine en de blanke vrouw elkaar. ‘Leuk dat jullie er zijn’, zegt mevrouw Forest, ‘kom binnen! Mijn man ligt net in bed voor z’n middagslaapje. Maar dat geeft niet’. In de huiskamer krijgen we allemaal een grote stoel en vragen we beleefd hoe het gaat. Onze gastvrouw praat honderduit over haar kinderen en kleinkinderen, over het bedrijf en over haar man. Als we afscheid willen nemen zegt ze: ‘wacht, ik ga even kijken of ie al wakker is’. ‘Ja hoor’, klinkt het even later, ‘loop maar even met me mee naar de slaapkamer.’

 Rillingen

Schoorvoetend volgen we haar de slaapkamer van de blanke grootgrondbezitter in. Alsof we het heilige binnentreden. Niets blijkt minder waar. Want liggend in bed getuigt de zieke man: ‘God heeft altijd voor mij gezorgd, ook aan jullie trouwe dienst heb ik veel te danken. God zal blijven zorgen, voor jullie en voor mij’. We mompelen instemmend wat terug. Ondertussen lopen de rillingen over mijn rug. Bijzonder hoe de Geest rondom dit ziekbed grenzen tussen blank en bruin doorbreekt.

 Terug in de auto kijken we elkaar beduusd aan en vraag ik: ‘wie heeft nou wie bemoedigd?’

 (Dit is een verhaal van voor Corona)